Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

De grote motoriek omvat alle grote bewegingen die een kind maakt met het hele lichaam. Denk aan lopen, rennen, springen, klimmen, klauteren en fietsen. Deze bewegingen vormen een essentieel onderdeel van de totale ontwikkeling van een kind.
Een goed ontwikkelde grote motoriek is belangrijk om meerdere redenen. Natuurlijk draagt bewegen bij aan sterke spieren, een goede conditie en een gezond lichaam. Maar de betekenis van grote motoriek gaat veel verder dan alleen het fysieke aspect.
In groep 1 staat het ontdekken van bewegen centraal. Kinderen leren hun lichaam kennen door vrij spel en eenvoudige bewegingsactiviteiten. Het doel is dat kinderen plezier krijgen in bewegen en zich veilig voelen om hun lichaam te gebruiken.
De leerkracht biedt een rijke beweegomgeving aan, zonder hoge verwachtingen, maar met veel herhaling en variatie.
Kenmerkend voor groep 1:
bewegen vanuit spel en fantasie
oefenen met basisbewegingen
durven proberen en ervaren
Activiteiten in groep 1:
lopen, rennen en stoppen
klimmen en klauteren op lage toestellen
rollen over matten
ballen duwen, gooien en rollen
eenvoudige tikspelletjes
Ontwikkelingsfocus:
lichaamsbesef, zelfvertrouwen en bewegingsplezier.
In groep 2 worden de bewegingen gerichter en gecontroleerder. Kinderen gaan bewegingen combineren en krijgen meer inzicht in wat hun lichaam kan. Ze durven meer, maar leren ook rekening houden met anderen.
Spel wordt nu vaker gekoppeld aan regels en eenvoudige afspraken.
Kenmerkend voor groep 2:
meer controle over bewegingen
samen bewegen en spelregels volgen
bewust worden van ruimte en richting
Activiteiten in groep 2:
huppelen, hinkelen en springen
bal gooien, vangen en gericht rollen
klimmen en klauteren met meer uitdaging
tik- en vangspellen met regels
parcours in het speellokaal
Ontwikkelingsfocus:
coördinatie, samenwerking en zelfvertrouwen in bewegen.
In groep 3 worden motorische vaardigheden verder toegepast en verfijnd. Bewegen krijgt een meer doelgericht karakter en kinderen kunnen hun lichaam bewuster inzetten. Ze leren volhouden, oefenen en verbeteren.
Bewegingsactiviteiten sluiten steeds vaker aan bij andere leergebieden, zoals rekenen, taal en samenwerken.
Kenmerkend voor groep 3:
doelgericht bewegen
omgaan met spelregels en competitie
samenwerken en doorzetten
Activiteiten in groep 3:
rennen en springen in spelvormen
balvaardigheid (gooien, vangen, mikken)
tik- en teamspellen
klim- en klauteractiviteiten met meer complexiteit
bewegend leren (bijv. tellend springen, opdrachten uitvoeren)
Ontwikkelingsfocus:
doorzettingsvermogen, motorische beheersing en sociaal functioneren.
